
Zintuiglijk wonen: de materiaaltrend van 2027
Zintuiglijk wonen is de materiaaltrend van 2027: je richt een kamer niet meer alleen in op hoe hij eruitziet, maar op hoe hij aanvoelt. Dat doe je met contrast tussen zacht en hard, ruw en glad, mat en glans. Denk aan een houten tafel met zichtbare nerf naast een vaas van travertin, een stoel in bouclé aan een glad tafelblad en een spiegel die daglicht dieper de kamer in brengt. Hieronder lees je welke materialen je combineert, wat ze doen en hoe je in vijf stappen één ruimte zintuiglijker maakt.
Van kijken naar voelen
Trendbureaus en beurzen zoals Salone del Mobile en Maison&Objet laten zien dat het interieur van 2027 minder om één look draait en meer om ervaring. Een kamer moet uitnodigen om dingen aan te raken: de koele rand van een stenen vaas, een stoel met een stof die je met je hand wilt volgen, een tafelblad waarin je de jaarringen ziet. Ook in kleur zie je die beweging. Verfmerken kiezen voor 2027 rustige, warme tinten, zoals Country Soil van Histor, een warme beige met een subtiele taupe-ondertoon. Zulke kleuren zijn een rustige achtergrond waartegen materialen meer opvallen.
Die verschuiving is goed nieuws als je japandi mooi vindt. Japandi draait al om natuurlijke materialen en rust. Zintuiglijk wonen voegt daar een laag aan toe: meer verschil in oppervlak, meer ruimte voor het onvolmaakte en meer aandacht voor licht. Lees ook ons overzicht van alle woontrends van 2027 voor de bredere context.
Materiaalcontrast: zacht naast hard, ruw naast glad
Een kamer waarin alles even glad en even licht is, oogt al snel vlak, ook als de kleuren mooi zijn. Je oog en je hand hebben verschil nodig. Het principe is eenvoudig: zet steeds twee materialen naast elkaar die op één punt verschillen. Een glad glazen blad op een houten onderstel, een bouclé zitting aan een tafel van walnoot, een poreuze stenen vaas op een gepolijst marmeren blad.

Bij Studiomeen zie je dat contrast bijvoorbeeld in de draaibare eetkamerstoel: een zitting in gemêleerd grijs-taupe bouclé met een onderstel en een band rond de rugleuning in donkere walnoot-look. De stof is zacht en levendig, het hout strak en donker. Naast een eettafel met een glad blad krijg je zo drie lagen oppervlak zonder dat het druk wordt.
| Materiaal | Gevoel | Combineer met |
|---|---|---|
| Hout met zichtbare nerf (walnoot, eiken) | Warm, levend, stevig | Glas, bouclé, travertin |
| Glas | Licht, koel, open | Een donker houten onderstel, een wollen vloerkleed |
| Travertin | Zacht ruw, mineraal, rustig | Donker hout, linnen, gedroogde grassen |
| Marmer | Koel, glad, met tekening | Mat hout, bouclé, keramiek met structuur |
| Bouclé en wol | Zacht, omhullend, warm | Glad hout, metaal, glas |
| Metaal (mat zwart, brons, goud) | Strak, met een zachte glans | Ruwe stof, hout met nerf, steen |
Imperfectie en ambacht: de nerf mag gezien worden
Een tweede kenmerk van de trend is waardering voor het onvolmaakte. Onregelmatig keramiek, steen met gaatjes en aders, hout waarin je de groei van de boom terugziet. Dat oogt menselijker dan een oppervlak dat zo glad is dat het van kunststof lijkt. Het past bij de bredere beweging naar natuurlijke oppervlakken en organische vormen.

Een paar voorbeelden uit het assortiment. De Norvik salontafel is gemaakt van massief, FSC-gecertificeerd eikenhout met een donkere afwerking, waarin de nerf in elke tafel anders loopt. De organische houten spiegels uit de Liora-lijn hebben een frame van massief dennenhout, en volgens de productbeschrijving is elke lijst uniek in nerf en kleur. De travertin vazen zijn met de hand gemaakt uit natuursteen, dus geen twee zijn precies gelijk. Zie je een kleine kleurafwijking of een open porie, dan is dat precies het punt.
Zo pas je het toe: kies per kamer één stuk waarin het ambacht zichtbaar is, en geef het ruimte. Een salontafel met een sprekende nerf hoeft niet vol te staan. Twee of drie objecten zijn genoeg, liefst in een ander materiaal, zoals een stenen vaas en een keramische schaal.
Glans naast mat
Mat is al jaren de standaard in rustige interieurs. In 2027 komt er weer wat glans bij, maar gedoseerd en zacht. Geborsteld metaal in plaats van hoogglans chroom, gepolijst marmer naast ruw travertin, glas naast mat hout. De glans werkt als een accent dat licht vangt; het matte oppervlak eromheen geeft rust.

De organische salontafel met druppelvormig blad laat dat goed zien. Het blad is van 6 mm gehard glas en glanst, het onderstel is van hout in walnootafwerking en voelt warm en mat. Omdat je door het glas heen kijkt, blijft de zithoek open. Zet zo'n tafel op een wollen of grof geweven vloerkleed en je hebt drie oppervlakken in één blik: glad, warm en zacht.
Licht en spiegels: daglicht dieper de kamer in
Licht bepaalt hoe materiaal oogt. Nerf, de poriën van travertin en de lussen van bouclé zie je pas echt als er licht schuin over het oppervlak valt. In veel Nederlandse woonkamers komt het daglicht van één kant, waardoor de achterste helft van de kamer donker blijft. Precies daar verdwijnt de structuur van je materialen.

Een grote spiegel lost dat voor een deel op. Zet hem op de muur schuin naast of tegenover het raam, dan weerkaatst hij het daglicht naar de plek die anders in de schaduw ligt. Een staande spiegel van 180 bij 100 centimeter met een metalen frame van 2 cm brengt bovendien zelf een zachte glans in de kamer, in mat zwart, brons, goud of wit. Kies je liever voor warmte, dan geeft een spiegel met een massief houten lijst, zoals de Amélie in walnoot, je hout én reflectie in één stuk. Meer over houten spiegels lees je in de gids voor japandi houten spiegels.
Let op wat de spiegel weerkaatst. Een spiegel die een raam, een plant of een mooi stuk hout laat zien, verdubbelt iets wat je graag ziet. Een spiegel tegenover een rommelige hoek doet het omgekeerde.
Zo maak je één ruimte zintuiglijker in vijf stappen
Je hoeft niet het hele huis aan te pakken. Begin met één kamer, bijvoorbeeld de woonkamer of de eethoek, en werk deze stappen af.
- Kijk eerst naar wat er al is. Schrijf op welke materialen in de kamer staan en hoe ze aanvoelen. Vaak blijkt alles glad, of alles mat, of alles in dezelfde lichte tint.
- Kies een dominant materiaal. Meestal is dat hout, omdat het in vloer, tafel of kast al aanwezig is. Dit materiaal komt het meest terug en zet de toon.
- Voeg één of twee contrasten toe. Heb je veel glad hout, kies dan iets zachts (bouclé, wol) en iets van natuursteen (travertin, marmer). Zet ze dicht bij elkaar, zodat het verschil opvalt.
- Breng één glanzend accent in. Een glazen tafelblad, een marmeren object of een spiegel met een metalen frame. Eén is genoeg voor een gemiddelde woonkamer.
- Werk het licht bij. Hang of zet een grote spiegel zo dat hij daglicht naar het donkerste deel van de kamer stuurt. Zet 's avonds lampen laag en opzij, zodat het licht schuin over de oppervlakken valt en je structuur blijft zien.
Herhaal elk materiaal op minstens twee plekken. Een travertin vaas op de salontafel krijgt meer betekenis als er ook een kleiner stenen object op de vensterbank of het dressoir staat. Zo voelt de kamer samenhangend in plaats van bij elkaar gezocht.

Materialen om mee te beginnen
Wil je het contrast voelen voordat je grote stukken vervangt, begin dan klein. Een stenen vaas of een spiegel verandert de kamer al merkbaar. Grotere stukken, zoals een eetkamerstoel of salontafel, zetten de toon voor jaren.

Agano vaas travertin
Handgemaakt uit travertin, Ø20 x 31 cm. Zacht ruw naast een gladde tafel.

Lou spiegel met plank
Brede lijst van massief hout met zichtbare nerf, 85 cm, met zwevende plank.

Draaibare eetkamerstoel
Bouclé zitting met een onderstel en rugband in donkere walnoot-look.

Organische salontafel rond
Rond blad van gehard glas op een houten onderstel in walnootafwerking, Ø80 cm.
Bekijk de vazen van travertin en marmer
Veelgestelde vragen
Wat is zintuiglijk wonen?
Zintuiglijk wonen betekent dat je een interieur niet alleen op het oog inricht, maar ook op hoe materialen aanvoelen en hoe licht erop valt. Je combineert zacht met hard, ruw met glad en mat met glans, zodat een ruimte warmer en rijker oogt.
Welke materialen zijn trend in 2027?
Natuurlijke materialen met een zichtbaar karakter: hout met nerf, natuursteen zoals travertin en marmer, keramiek met structuur, bouclé en wol, glas en metaal met een zachte glans in plaats van hoogglans chroom.
Hoeveel verschillende materialen kun je in één ruimte combineren?
Als vuistregel houd je drie tot vier hoofdmaterialen aan: één dominant materiaal voor de grote vlakken, één of twee die daarmee contrasteren en één accent met glans. Laat ze terugkomen op minstens twee plekken in de kamer.
Hoe helpt een spiegel bij zintuiglijk wonen?
Een spiegel tegenover of schuin naast een raam brengt daglicht dieper de kamer in. Daardoor zie je de nerf van hout, de poriën van travertin en de structuur van stof beter, ook in het deel van de kamer dat verder van het raam ligt.






